Gehoorverlies is een verslechtering van het horen.
Doofheid is (vrijwel) totaal gehoorverlies.
Gehoorverlies is meer dan niet meer hard genoeg horen van geluiden:
- Vaak is het oor minder gevoelig voor zachte geluiden maar juist extra gevoelig voor harde geluiden, waardoor deze sneller als pijnlijk ervaren.
- Slechthorenden hebben meer last van omgevingslawaai dan normaalhorenden.
- Bij gehoorverlies vermindert ook snel het vermogen om richting te bepalen, m.a.w. men weet niet waar geluiden vandaan komen.
- gevolg:
- Slechthorenden voelen zich sneller onzeker en gaan zich buitengesloten voelen.
- Gehoorverlies op zeer jonge leeftijd kan van grote invloed zijn op de taal en spraakontwikkeling.
Soorten slechthorendheid:
- Geleidingsverlies:
- luchtgeleiding is verstoord door:
- een verstopping van de gehoorgang
- een afwijking van het middenoor. De geluiden worden niet goed naar het slakkenhuis doorgegeven.
- de geluiden klinken zachter
- Perceptieverlies
- Beengeleiding is verstoord door:
- een beschadiging van het middenoor.
- een beschadiging van de gehoorzenuw
- een beschadiging van de gehoorzenuwbanen in de hersenen.
- de geluiden klinken niet alleen zachter maar kunnen ook enigzins worden vervormd, waardoor ze niet meer normaal klinken.
- Gemengd verlies:
- Als er zowel een geleidingsverlies als perceptieverlies is
Behandeling:
- Afhankelijk van de oorzaak
- Vaak is genezing niet meer mogelijk. In deze gevallen bestaat de behandeling uit het zoveel mogelijk compenseren van het gehoorverlies. De meeste mensen gebruiken met succes een hoortoestel.
- Soorten toestellen:
- Achter het oor toestel of de oorhanger
- in het oor toestel, kanaaltoestel
- het kasttoestel
- de beengeleider
- de elektrische binnenoorprothese
Tips voor de omgang met slechthorenden:
- Spreek langzaam en duidelijk, vooral de medeklinkers goed uitspreken. Schreeuwen helpt niet.
- Spreek van korte afstand met de slechthorende. Hoe korter de afstand, hoe minder geluiden de ontvangst verstoren.
- Zorg dat de slechthorende kan zien wat u zegt. Iemand die slecht hoort ondersteunt het met de ogen. Gezicht en lippen van de spreker moeten zichtbaar zijn om te kunnen kijken naar het mondbeeld. Het liplezen.
- Schakel achtergrondlawaai uit. Een slechthorende is niet in staat om uit een veelheid van geluiden er één geluid uit te halen.
- Heb geduld.
- Gebruik eens andere woorden, dit vergroot de mogelijkheden voor de slechthorende om u te begrijpen.
- Neem in gezelfschap de slechthorende op in het gesprek. Noem telkens het onderwerp, dan blijft de slechthorende erbij horen.
- Lach de slechthorende niet uit als deze verkeerd reageert. Vertel wat er aan de hand is. Wanneer u aan een slechthorende namen en adressen moet geven, schrijf ze dan op. U voorkomt daarmee misverstanden.